Dansen en Bijbel

Dansen & Bijbel

In onze tijd wordt dansen niet snel meer in relatie gebracht met geloof of met de Kerk. Toch bestaat er al een eeuwenoude traditie rondom het “dansen voor God”. Dit blijkt uit de verschillende bijbelpassages waarin het woord ‘dans’ of ‘dansen’ voorkomt.

In het oude testament wordt dansen veelal geassocieerd met vreugde. Dansen wordt regelmatig tegenover rouw gesteld, zoals in het boek Prediker:

“Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.” (Prediker 3,4)

Ook in de psalmen en in Jeremia wordt dans en vreugde als tegenhanger van rouw genoemd:

“Mijn rouwklacht hebt Gij veranderd in een reidans, mijn rouwkleed hebt Gij losgemaakt, met vreugde mij omgord.” (psalm 30,12)

“Dit zegt de HEER: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: ‘De HEER heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd.’ Zij komen juichend naar de Sion, stralend van vreugde om de gaven van de HEER: koren, wijn, olijfolie, en geiten, schapen, koeien. Zij gedijen als een waterrijke hof, nooit meer zal het hun aan iets ontbreken. Meisjes dansen vrolijk in de rei, jongens en grijsaards dansen mee. Hun rouw verander ik in vreugde, ik troost hen, hun verdriet vergeten zij.” (Jeremia 31, 7,12-13)

Ook los van rouw wordt dansen gebruikt om vreugde uit te drukken. Zo lees je verschillende malen dat dans gebruikt wordt om God te loven, om de vreugde over Gods grootheid uit te drukken:

“Loof hem met dans en tamboerijn, loof hem met snaren en fluit.” (psalm 150,4)

“Vol overgave danste hij (David) voor de HEER, slechts gekleed in een linnen priesterhemd.” (2 Samuel 6,14)

“Maar David antwoordde: ‘Ik heb gedanst ter ere van de HEER! Hij heeft mij uitverkoren boven jouw vader en heel zijn huis; Hij heeft mij aangesteld tot vorst over Israël, het volk van de HEER’.” (2 Samuel 6,21)

“David en de Israëlieten dansten vol overgave voor God, begeleid door zang en muziek van lieren, harpen, tamboerijnen, cimbalen en trompetten.” (1 Kronieken 13,8)

In de bovenstaande drie verzen over David lijkt het initiatief om te dansen vanuit David en de mensen te komen. Maar als je de tekst iets beter leest, en ook de context waarin deze verzen staan, dan ontdek je dat de mensen gaan dansen wanneer God iets voor hen gedaan heeft, of wanneer God Zijn grootheid heeft getoond. Op deze manier blijkt het dansen een uitingsvorm te zijn van de wederzijdse liefde die er is tussen God en Zijn volk: God doet iets voor Zijn volk uit liefde en het volk beantwoordt die liefde door te dansen voor Hem.
Ook uit de volgende bijbelpassage blijkt heel duidelijk de relatie tussen het dansen en de wederzijdse liefde van God en Zijn volk:

“Dit zegt de HEER: in de woestijn kreeg ik Israël lief, het volk dat aan vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. Van ver ben ik naar je toegekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken.” (Jeremia 31,2-4)

Het dansen staat dus in relatie tot de liefde tussen God en Zijn volk. De hele bijbel staat in het teken van de liefde tussen God en Zijn volk, omdat de bijbel het verhaal is van de heilsgeschiedenis van God met Zijn volk. Het dansen is onderdeel van die heilsgeschiedenis en wordt overwegend aan het einde ervan gesitueerd, wanneer de geschiedenis voltooid is en God (Jezus, de Bruidegom) met Zijn bruid (het volk Israël, de Kerk) verenigd is. Dan zal er gedanst worden van vreugde.
Een ander beeld dat –veel vaker- gebruikt wordt in de bijbel als symbool voor dit bruiloftsfeest, waarop God en Zijn volk verenigd worden, is de wijn. In de bijbel wordt vaak gesproken over wijn en er worden veel vergelijkingen gemaakt met wijnranken, wijnstokken en wijngaarden. In die vergelijkingen is God de heer van de wijngaard, Jezus is de ware wijnstok en de mensen zijn de wijnranken, die op de ware wijnstok geënt moeten zijn. Wanneer wij mensen leven volgens de wil van God, brengen wij rijke vruchten voort en kan er kostelijke wijn gemaakt worden van deze vruchten. Deze kostelijke wijn mogen wij vervolgens drinken op de Bruiloft tussen God en Zijn volk en dan zal er vreugde zijn. En wanneer er vreugde is, zullen de mensen dansen.

Op deze manier bezien kan het dansen op één lijn gesteld worden met de wijn. De volgende vergelijking kan gemaakt worden tussen de wijn en het dansen: de wijn is het product dat gemaakt wordt van de vruchten (druiven) van de wijnranken, die geënt zijn op de ware wijnstok. De dans is het product van de bewegingen van het lichaam, dat in het ware lichaam is. Schematisch ziet die vergelijking er als volgt uit:

Product = wijn en dans
Vrucht = druiven en beweging
Mensen = wijnranken en ons eigen lichaam
Jezus = wijnstok en Lichaam van Christus

De wijn is goede wijn wanneer de wijnranken geënt zijn op de ware wijnstok, maar de wijn wordt zure wijn wanneer wij niet geënt zijn op Jezus. Zo is het ook met het dansen. De dans is mooi en vreugdevol wanneer die ontstaat vanuit de eenheid met God, maar de dans wordt losbandig en slecht wanneer deze ontstaat vanuit gebrokenheid met God. Anders gezegd, de vrucht moet liefde met zich meedragen. Wanneer de vrucht liefde in zich heeft, is dat het teken dat de mens op Jezus geënt is. Wanneer de vrucht geen liefde in zich heeft (= zure wijn of losbandige dans), betekent dit dat de mens niet op Jezus geënt is.

Samenvattend kan dus gesteld worden dat het dansen, net zoals de wijn, symbool staat voor de vreugde die er heerst wanneer God en Zijn volk verenigd zullen zijn met elkaar in liefde. De dans, zowel als de wijn, is hierdoor uitdrukkingsvorm van de liefde tussen God en Zijn volk.